30 AND FLIRTY AND THRIVING - Over growing the fuck up. Of toch maar niet.

20180126_144823000_iOS.jpg

Wie net als ik in 2004 de film ‘13 going on 30’ zag, wist het al: thirty and flirty and thriving’ is een ding. Het is het gebed dat de dertienjarige Jenna Rink – social climber met loyauteitsprobleem – keer op keer herhaalt boven een poppenhuis met wenspoeder, waardoor ze de volgende ochtend als dertiger wakker wordt. Inclusief glamoureuze droomjob, natuurlijk.

 

Met haar versnelde rit naar volwassenheid deed Jenna ongetwijfeld veel tieners stiekem dromen van een shortcut naar een fabulous grown-up bestaan, weg van de puisten en de puberliefdes, de onzekerheid en awkwardness. Voor mijn – toen – zestienjarige zelf was de film echter pure horror. Eerder dan Jenna Rink was immers Peter Pan mijn voorbeeld, en dertig zijn was wel het laatste wat ik wou – wat zeg ik, zelfs twintig leek me al een brug te ver. Geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht om mijn volledige twintigerjaren en een groot deel van mijn teens over te slaan. Toen niet en ook nu niet, nu ik – je raadt het al – net dertig ben geworden.

 

 

Hallo, ik ben Ine en ik ben 30.

Dertig.

DERTIG!

Zo, dat is eruit. En elk woord was net zo lastig als ik verwachtte dat het zou zijn. Ik zeg dit zinnetje een dertigtal – ha, ha – keren luidop, maar ik geloof er nog steeds niets van. Natuurlijk is dat belachelijk, want “het is maar een getal” en “je bent maar zo oud als je je voelt”, ik weet het. Maar ik voél het niet.

Nochtans bén ik thirty, flirty and thriving! Ik heb een leuke job – zeg maar jobs – een legertje ongelooflijk badass vrienden, lieve familieleden, toffe collega’s en de absolute vrijheid om te doen wat ik maar wil. Wil ik geen kinderen? Mooi! Geen huisje, tuintje, boompje, beestje? Kan best! Naar het buitenland verhuizen? Ga ervoor! Maar vliegen, echt vliegen zoals alleen kinderen (en niet toevallig, Peter Pan) dat kunnen, dat begin ik te verleren.

En dat jaagt mij angst aan.

In mijn naïviteit dacht ik namelijk dat ik de rest van mijn leven zou vliegen. Nu in plaats daarvan het leven zelf een vlucht lijkt te nemen, realiseer ik me meer dan ooit dat we hier niet voor altijd zijn. Dertig worden is nog maar het begin, dus in plaats van bang te zijn voor wat nog komt, probeer ik blij te zijn met wat er nu is – de eerste grijze haren ten spijt. En spreid ik af en toe nog eens mijn vleugels, of toch die van mijn fantasie, kwestie het vliegen niet helemaal af te leren. Klinkt dat lame? Jammer dan, ik steek het op de leeftijd!